Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

uwe vrienden hield, over de menigvuldige aanklagten, welke er over eene zekere zaak waren ingeleverd ; maar mijn plan was niet U, in het begin uwer loopbaan eenig verdriet aan te doen; ik wist dat Gij van moeijelijkheden omringd waart, en ik rekende op uw karakter, dat ik altijd op prijs heb weten te stellen. Hoe dit zij, heb de goedheid, mij zoo spoedig mogelijk de gelegenheid te verschaffen U te spreken. Wij zullen het wel met elkander eens worden. Misschien kunt Gij weder in uwe vorige betrekking geplaatst worden.

Mijnheer de Vicaris! wees van mijne toegenegenheid verzekerd.

(get.) ii. j. parmentieb, Priester-Deken van Walcourt.

Kort daarop, den lOden Junij, ontving de heer baudeln van een zeer geacht Priester, bij wien bij zijne eerste studiën volbragt had, den volgenden brief. Deze Priester was een vriend zijner jeugd, die in staat was baudulns opregt karakter naar waarde te schatten, maar die toch in het geheel niet begrijpt, hoe men zijn geheel vertrouwen op den Heiland kan vestigen, zonder zich om menschen te bekommeren.

.... den 19<ien Junij 1851 Zeer geachte Vriend!

Ik heb daar zoo even eene zeer treurige, mijn hart bedroevende tijding ontvangen. Ik kan ze niet gelooven; het het is zeker maar laster.

Hebt Gij wederwaardigheden of verdrietelijkheden ondervonden, die U tot zulk een uiterste gebragt hebben? Zou de wanhoop zich van uw hart meester gemaakt hebben ? Maar, mijn waarde ! zijt gij dan vergeten, dat Gij een welmeenenden vriend, een vader hebt? Waarom hebt Gij voor mij uw harte niet ontlast? Het is nog tijd; Gij weet hoe veel achting en liefde ik U toedraag. Kom eens bij mij! ik smeek het U: kom met het grootste vertrouwen. Men kan, helaas! wel is waar een misslag begaan; maar dan

Sluiten