Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nige Gereformeerden openlijk en rond hebben aangewend ter verkrijging van regt, vruchteloos zijn afgeloopen.

Wij verheugen ons, dat onze regtzinnigen hierdoor niet verflaauwen noch den moed laten zinken, maar én in het eens begonnen goede werk volharden én daartoe den eisch hebben ingesteld, om zulke Hoogleeraars, die met der daad toonen, vjjanden van de zuivere Gereformeerde leer te zijn, van hunne ambten te ontzetten. Niet dat wij, uit haat, nijd of vijandschap, onze naasten in het ongeluk zouden willen gestort zien: neen, maar wij oordeelen, dat, wanneer wij van onzen kant vooraf alle redelijke middelen aanwenden , om onze partij tot schikking en vereffening van zaken te bewegen, en zij alle billijke en liefderijke pogingen hooghartig in den wind slaat, dat de regtvaardigheid der zaak alsdan, volgens Goddelijke en burgerlijke wetten, medebrengt, om strengere maatregelen te nemen. Eene werkelijke afzetting toch van Hoogleeraars bij het Gereformeerd Genootschap, als de hier bedoelde Hoogleeraars, op gegronde klagten van Gereformeerde ledematen (als de Gereformeerde Kerk uitmakende,) kan men niet wel houden voor eene vijandige daad der klagers, maar voor een gevolg der dwaalbegrippen , welke deze iHoogleeraars omhelsden en verspreidden.

Het overige van het artikel, veelal in wenschen en uitroepingen beslaande , achten wij der mededeeling niet noodig. Het riekt naar den mutsaard en brengt de inquisitie weder voor den geest. Doch er is nog eene uitdrukking in hetzelve, die aandacht verdient, deze namelijk: »W{jshebben geen eerlijken vijand voor." Hier worden de regtzinnige Gereformeerden in ons Vader-

A 5

Sluiten