Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

majesteit, om geholpen te worden ter bekwamer tijd.

Wellicht hebt gij reeds eenige eerstelingen van dien vollen oogst ontvangen, eenige kruimkens van die genadetafel genoten, interesten van dit onberekenbaar kapitaal verkregen, hetgeen we nog ten slotte onder de genadige hulp des Heeren willen overwegen.

Er kan van geen testament of testamentmaker sprake zijn, of er moet ook, hetzij klein of groot, eene erfenis aanwezig zijn. Maar nu is er nooit eene wilsbeschikking gemaakt, waarbij zoovele goederen, gaven en weldaden zijn beschreven en toegezegd als in dat betere verbond, waarvan de Heere Jezus Christus borg is geworden. Hebr. 7: 22. Paulus wijst er daarom op welke de rijkdom zij der heerlijkheid van Zijne erfenis in de heiligen. Ef. 1:18. En dit zg'n dan ook zegeningen, waarmede Hij Zijn volk op aarde en de gezaligden in den hemel gezegend heeft. Alle tijdelijke goede gaven en volmaakte giften, die reeds aan de Bgbelheiligèn onder het Oude Testament zg'n beloofd, waarop zij hebben gehoopt en die zij door het geloofsgezicht op den Christus hebben verkregen, zg'n hierdoor bedoeld. Alle mededeelingen van genade, gerechtigheid, leven, bekeering, verlossing en zaligheid zg'n in deze erfenis vervat. Het is hier in volle beteekenis waarheid, wat de uitgebreidheid van die erfenis betreft en wat die bevoorrechte erfgenamen te wachten hebben, hetgeen Paulus schrijft aangaande de volheid Christi, I Cor. 3 : 21c: „Alles is uwe." Onder de voornaamste gaven, die krachtens dit Testament uit deze erfenis vloeien, is de inwoning des Heiligen Geestes, Ezechiel 36 : 27: „En Ik zal Mijnen Geest geven in het binnenste van u; en Ik zal maken, dat gij in Mijne inzettingen zult wandelen en Mgne rechten zult bewaren en doen." Dit is dan ook de derde Persoon in de aanbiddelijke Drieëenheid, die ook in dit Testament werkzaam is, om de erfenis bekend te maken en toe te passen. Daardoor kon Job zeggen, Kap. 33:4: „De Geest Gods heeft mij gemaakt, en de adem des Almachtigen-heeft mij levend gemaakt." — De Heere

Sluiten