Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dat ook dit beginsel der vaderen onder de oogen was gezien. Hierover is licht noodig. Als de neutrale Staatsidee onschriftuurlijk is en dus de overheid wel terdege met de eere Gods naar de eerste tafel der wet van doen heeft, hoe hebben wij ons dan die Overheidstaak te denken. Hoe ver strekt zich die uit? Die vraag moet beantwoord, opdat wij weten, dat uit het feit, dat ook de overheid te doen heeft met de eerste tafel, niet de conclusie getrokken mag worden, zooals oudtijds gedaan werd, dat de overheid ook met betrekking tot die eerste tafel het zwaard gebruiken moet.

Nu is het zeer zeker juist gezien, dat de aard van Gods Koninkrijk hiervoor van belang is, doch hierin kan niet alleen het antwoord gevonden worden op de vraag naar de taak der overheid. Het komt mij voor, dat ook het oog gevestigd moet worden op de verhouding, waarin de eerste gemeente zich tot de overheid stelde. Wat heeft zij van de overheid verwacht, geeischt? Dat is des te meer van belang, omdat zij stond tegenover een niet Christelijke overheid. Zn kan ons dus het beste leeren, hoe wij staan zullen tegenover eene overheid, die door haar neutraal karakter, ook het praedicaat »christehjk« mist, ook al is er in ons Staatsleven nog een en ander, dat aan de vroegere toestanden herinnert. En merkwaardig is het, dat onze vaderen met betrekking tot hetgeen zij in Art. XXXVI beleden, wel een beroep doen op het Oude Testament, zooals in het Advies ook is aangewezen, maar ook bij voorkeur op de voorbeelden der Keizers als Constantijn de Groote, Gratianus, Valentinus en Theodosius, dus op den toestand der Kerk in den tijd, toen het Christendom den Staat had veroverd, maar niet op de positie

Sluiten