Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

op allerlei dwaalwegen geraakt, van de Wel Gods en van Zijne belofte af. Nu, de belijdenis is er, de droefheid naar God is er, de wet, de duivel en het geweten zeggen: »Neen, Hij is uw Vader niel! Hij moet u verdoemen!" Doch daar verschijnt er Een en spreekt: >Komt herwaarts lot Mij, gij allen die vermoeid en belast zijt, Ik zal u verkwikken. Neemt Mijn juk op u, en leert van Mij dat Ik zachtmoedig ben en nederig van hart; en gij zult ruste vinden voor uwe zielen!" En deze, de hoogste Gezaghebber in den hemel, op aarde en in de hel zegt tot u: »Mijn kind, wilt gij bidden tot God, zoo bidt: Onze Vader!" (Matth. 6: 9. Luk. U : 2.)

God geve u in Zijne genade en barmhartigheid, dat gij dit geheele jaar door ervaart en beleeft: Hij is mijn Vader! Vader, wanneer Hij slaat en bedroeft, wanneer Hij doodt en Ier helle leidt, nog meer dan wanneer Hij ons wat zoels te smaken geeft. Goed en trouw is Hij, en gelijk Hij ons gemaakt heeft, zoo heeft Hij ook de onzen gemaakt, en al wat wij hebben; het is niet in onze, maar in Zijne hand, Hij zal het maken. Is God in den hemel mijn Vader, dan ben ik Zijn kind en erfgenaam, en Hij zal niet alleen voor mij, maar ook voor de mijnen zorgen, en Hij zal alles medebrengen, wat Hij mij in Zijne wijsheid afgenomen heeft; Hij kan alles doen wat Hij wil.

Alzoo ligt in de belijdenis ik geloof in God den Vader, den Almachtigen Schepper des hemels en der aarde, ook nog dit opgesloten: Als mij de ménschen ook geheel verlaten, al wordt 't mij dikwijls ook nog zoo benaauwd, toch heb ik van het uiterlijke afgezien, ik geloof in Hem! Of ik ook al ongeleerd en onverstan-' dig ben, nogtans: Vader is Vader, en Hij wil toch ook het onverstandige kind wel wat te eten geven-. Als het »Vader" zegt, zoo wordt toch Zijn hart bewogen. Het eenigste wat wij te zeggen hebben, is »Abba" — een zucht uit het hart, de lippen samengedrukt, en een ademtocht. — Een Vader kan hel met Zijne kinderen toch niet slecht meenen, al is het dat Hij hen straffen moet, nogtans zijn en blijven zij kinderen, en hunne erfenis is eeuwig in de hemelen. Daaraan mogen wij ons vasthouden, of wij ook al verlaten schijnen: sik geloof in God den Vader, den Almachtigen Schepper des hemels en der aarde." Heeft Hij daarin Zijne almacht getoond, dan kan Hij Zijne almacht ook in alle dingen toonen. — En waar de dood u verslinden wil, roep daar tot Hem: »mijn Vader!" en Hij roept tegen dood en duivel in: »Mijn kind!"

Amen.

Sluiten