Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

donkere avond te wachten staan; achter Ephese lag voor Johannes nog Patmos; maar ook op Patmos zal het geloof den hemel geopend zien, waar het Lam zelf ten Leidsman wordt naar de levende fonteinen der wateren, en de bruiloft des Lams wordt gevierd. Wat zal het zijn, daar te aanschouwen, te genieten, te aanbidden, gelijk het hier zelfs een Johannes niet mogelijk was, en waar alles ontraadseld is, het te zien: »mijn weg blijkt een cirkel van louter gena, 'k sla zalig in 't midden Gods heerlijkheid ga"! 't Is nog niet geopenbaard wat wij zijn zullen, maarzeker, de hemel zal niet enkel zijne genietingen, hij zal ook zijne verrassingen hebben. Zal daar ook de Koning in hooge gunst tot zijne Uitverkorene spreken: »Wat is uwe bede, en wat uw verzoek, het zal u* gegeven worden"? Wellicht zou voor haren eerbied de verrassing te groot zijn, om dadelijk een antwoord te vinden; maar zeker, indien Hij zich nog dieper neerboog, en zich tot een enkelen dischgenoot richtte en vroeg: »wilt gij ook hier mijn Getuige, mijn Bode zijn naar de plaats, waar Ik u zal zenden", nauwelijks durf ik het uitspreken, maar ik ken een mensch in Christus, die met een blik stralend van vreugde, zonder aarzelen antwoorden zou: »Ja ik, van ganscher. harte". Maar neen, dat voorrecht zou al te groot; de laatste plaats aan den disch zal eere genoeg zijn, zoo er slechts het woord «genade voor genade" verstaan wordt. En voorts, op weg naar die plaats, «Zal eens 't graf mijn stof verzaamlen" — o zingt mij heden dat lied, zingt het uzelven, Gel, en de God onzer hope spreke er in ons hart ontfermend zijn Amen toe!

Gezang 38: 8.

Zal eens 't graf mijn stof verzaamlen,

Juichend zal, in stervenspijn, 't Laatste woord, dat ik zal staamlen,

Vrije gunst, genade! zijn. Ja, die zal ik eeuwig danken,

Sluiten