Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van het verachten der waarheid door Elisabeth Fry uitgesproken, dat de zielszorg de ziel der armenzorg is?

Alleen wanneer wij het ambt der diakenen in verband beschouwen met het leven, dus met de belijdenis, der Kerk, komt de beteekenis van hnn edele bediening aan het licht. AlsPaulus aan zijn Timotheus aanwijzingen geeft, (1 Tim. 3 : 1—45), hoe men in het »huis Gods, de gemeente des levenden Gods" moet verkeeren, rekent hij ook de diakenen tot de verzorgers van dat heilig Huis. Zoo leeren wij hen beschouwen niet enkel als stoffelijke gaven ontvangende en uitdeelende, maar vooral als zulke dienaren des Heeren, die gave en inzicht ontvangen hebben om de weldadigheid der gemeenteleden te organiseren en te leiden ('). Tusschen de armen en de vermogenden in het maatschappelijk leven ontbreekt vaak het toch onontbeerlijk middellid: in de Kerk ligt hier de schoone bestemming der diakenen. Welk een tal van vragen werpen de tegenwoordige toestanden op! Ik noem uit vele slechts deze ééne, of ouderlooze kinderen in een groot gesticht of in den schoot van bestaande familiën te besteden zijn, en de menigte van bijvragen daar om heen. Hoe gewichtig is bovenal hun ambt voor de leeraren der gemeente! Onkunde en minachting, door de groote meerderheid voor de beteekenis van het ambt gekoesterd, veroorzaakt langs allerlei wegen dat een groot deel van den diakonalen arbeid op de schouders onzer leeraren wordt gelegd, tot onberekenbare schade van hun heilig dienstwerk — eenvoudig omdat men, al hoort men naar de boodschap niet die zij brengen, toch van den invloed dien onze voorgangers nu eenmaal in de gemeente hebben, zijn voordeel te trekken wik Wederkeerig — konden onze voorgangers naar den eisch van Gods Woord in de gemeente de tucht der liefde en heilige orde handhaven, van hoevelen die slechts om onwaardige redenen en voor uitwendige belangen een band met de gemeente zoeken, zouden onze diakenen bevrijd worden! Neen, hun ambt is niet slechts een toevoegsel, maar een wezenlijk bestanddeel van »het Huis Gods"; de geestelijke beteekenis hunner bediening is even groot, is grooter dan de stoffelijke;

(l) Zoo beoordeelde hun ambt de voortreffelijke C. H. Zeiler te Bruggen, vele jaren lang hun arbeidsgenoot; zie zijn levensbeschrijving door zijn schoonzoon H. W. J. Thierseh, Basel, 1876, 1 blz. 244 enz.

Sluiten