Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

telijk komt bezig houden, om u wijze lessen en nuttige kundigheden te verschaffen? God beware mij dat ik ooit aldus mijn heilig ambt zou misbruiken, God beware u dat gij ooit met zulke gedachten u zoudt opmaken naar de voorhoven des Heeren! Neen, wij komen hier om den Drieëenige te loven, te prijzen, te verheerlijken, te aanbidden. Te aanbidden onder den vorm des gebeds, des lieds en der prediking. Wij spreken hier uit, niet de wisselende meeningen der aardsche wetenschap, maar de groote daden Gods. Dat deze belijdenis zeer wel kan samengaan met een levendig gevoel onzer zonden en onreinheid, zal ik u zoo aanstonds nog uitleggen, maar als uitgangspunt sta onwrikbaar vast: wij komen hier als gedoopten, als christenen, als verbondskinderen samen, als Kerk des Nieuwen Verbonds, als menschen die niet meer zoeken, maar als degenen die gevonden hebben, omdat zij {hoe aanvankelijk dan ook) gevonden zijn.

Ook in deze Nieuw-Testamentische Gemeente zijn daar heilige plaatsen, tijden, zaken en personen. God is een God van orde, en niet van verwarring. En daarom al is de tempel verwoest, omdat het voorhangsel scheurde, als is elke plaats waar de Vader in geest en in waarheid wordt aangebeden, een Bethel waar de ladder Jakobs staat opgericht, toch hebben wij onze bepaalde huizen des gebeds, onze bepaalde rust- en feestdagen, onze bepaalde sacramenten en bondszegelen, en zoo ook onze bepaalde voorgangers, onze tolken en leidslieden bij de gemeenschappelijke aanbidding onzes Gods. Geen „priesters" heeten zij meer, want sedert het Lam op Golgotha is geslacht hield het offeren op, maar „opzieners" die u, in gehoorzaamheid aan Christus, hebben te regeeren, en steeds meer hebben in te leiden in hetgeen gij reeds in beginsel zijt en bezit. Ook ik kom nu in deze ure, niet zonder een levendig gevoel mijner onwaardigheid in mijzelven, maar Goddank! óók niet zonder een blijmoedig bewijstzijn dat de Heere mij tot u zond, naast uwe andere dienaren mij stellen om u toe te roepen: „het is volbracht! Waakt dan en bidt, opdat de Bruidegom u wél toebereid vinde wanneer Hij komt!" Vergeet dus uwe roeping tegenover ons niet, gemeente! De Heer zegt niet: „oordeelt uwe leeraars, dweept met hen, of verwerpt hen al naar het u goeddunkt," maar „weest uwen voorgangeren gehoorzaam", en denkt er aan dat wie hen of hun woord verwerpt, ook Hem versmaadt die hen gezonden heeft. „Zoo zijn wij dan gezanten van Christus wege, alsof God door ons bade: wij bidden van Christus wege, laat u met God verzoenen!"

Sluiten