Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het Wag. Weekblad deze „verdediging" van den heer K. overnemende, voegt er ook zeer juist aan toe: ,,'t Is voor ons nieuw!"

Wat de voorbeelden aangaat, die de heer K. bijbrengt, (van de beide predikanten en van den huisvader) ze zijn voortgekomen uit louter misverstand. Wordt er dan door Dr. Kohlbrügge, of door den heer L. geleerd God te mogen verzoeken? Veeleer gelooven wij, dat dit de diepste overtuiging bij hen was en is: In diepe afhankelijkheid van God den Heer, datgene te doen, wat ons door God op de handen gezet is. En dat is toch allereerst bij den dienaar des Woords „den lastbrief te openen, dien men heeft van Christus, den Koning zijner kerk", m. a. w. om de gerechtigheid te prediken die uit het geloof is.

Melius esset non esse locutum! roepen wij den heer K. toe.

En waar men zich dan beroept op een Franciscus Junius, daar willen wij ons op een hooger getuigenis beroepen, nl. op dat van den apostel Johannes, als hij zegt: „En dit is zijn gebod, dat wij gelooven in den naam van zijnen Zoon Jezus Christus, en elkander liefhebben, gelijk Hij ons een gebod gegeven heeft. En die zijn geboden bewaart, blijft in Hem, en Hij in denzelven. En hieraan kennen wij, dat Hij in ons blijft, namelijk uit den Geest, dien Hij ons gegeven heeft."

Ten slotte nog een enkel woord.

Wij hebben het woord onzes Heeren: De poorten der hel zullen mijn gemeente niet overweldigen! Die gemeente is gegrond op de belijdenis des geloofs: „Gij zijt de Christus, de Zoon des levenden Gods!" Zie toch een iegelijk toe, in deze treurige dagen van afval, van vervreemding van onze belijdenis, te blijven in het Woord onzes Gods! — Niemand kan zeggen Jezus, den Heere te zijn, dan door den Heiligen Geest!

Blijven we toch, bij al het strijden, bij al de verachting, waaraan wij zijn prijs gegeven, den Heer verbeiden, die het gezegd heeft: Ik ben de Eerste en Ik ben de Laatste! — Hemel en aarde mogen voorbijgaan, maar zijn Woord niet!

Tot de Wet en tot de getuigenis, zoo ze niet spreken naar dit Woord, het zal zijn dat ze geen dageraad zullen hebben!

Sluiten