is toegevoegd aan je favorieten.

Het recht, de kracht, de grond der hope tot de stichting en instandhouding van onze hoogeschool met den Bijbel

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wij recht te doen, gelijk wij deden, en heeft onze school recht van bestaan.

Wij kunnen op eene goddelijke bevoegdheid, op een goddelijk recht van bestaan wijzen.

I 'olstrekt en niet betrekkelijk is dit recht, deze bevoegdheid.

Betrekkelijk zou zij zijn, indien het waarheid ware, wat thans door velen beweerd wordt, doch nog niet bewezen is, dat onze universiteit slechts een partijzaak zou zgn. Dat zij slechts zou bedoelen, een zekere partij van malcontenten te dienen. Dat dus partijbelang tot hare stichting dreef en haar bestaan rechtvaardigt. Dat de van haar gewenschte vrucht slechts zijn zou, dat een deel der natie en der kerk alzoo wierde gesterkt, dat het over het geheel tot heerschappij mocht komen.

Ware dit zoo, dan ja, was ons recht slechts betrekkelijk, dan ware het bestaan onzer school slechts voor de partij en binnen hare grenzen te rechtvaardigen.

Dan was ook de tegenstand van den wederpartijder gewettigd of voor 't minst even wettig als onze ijver om te bouwen.

Doch alzoo is het niet.

Zoo schijnt het hun toe, die zelf als partij staan.

Evenals het den Filistijnen toescheen, dat het volk des Heeren slechts ^knechten van Saul" waren, en gelijk de aanzienlijke Joden te Rome voor de kerke Christi geen anderen naam konden vinden dan »deze sekte, die overal tegengesproken wordt."

Voorwaar, indien wij ons zelf zochten, dan hadden wij een gansch andere leuze moeten kiezen, andere wegen moeten bewandelen, een anderen regel moeten volgen, van andere middelen ons moeten bedienen.

Maar neen, het ging en gaat om de eere en het recht van Koning Jezus, den Koning der koningen, den Heere der heeren.

Wij ontleenen ons recht van handelen, zoomin als het bestaansrecht onzer stichting aan ons zelf, noch aan partybelang maar aan het recht en de eere van Hem, die bekleed is met alle macht in hemel en op aarde.

Daar is tweeërlei wetenschap. Er is er eene die leeft bij de erken" ning Gods, er is eene andere, die kracht en bloei zoekt in de verwerping Gods. Er is een wetenschap des geloofs en eene des ongeloofs.