Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

middel van een . vriend weet Klinkert een huis voor hen te huren en nu gaat Grashuis verder om dat huis bewoonbaar te maken. De beide anderen blijven zoo lang bij br. Klinkert,' wat voor dezen aangenaam en voor hen vrij wat goedkooper uitkwam, dan in een duur hotel te moeten zijn.

Zoo is het dan ook gegaan en eenigen tijd daarna vinden we ons drietal in hun „gehuurde woning" te Bandoeng. Interessant is de beschrijving van de inrichting dier jongezellenwoning, zooals br. Albers ons dat geestig weet te teekenen.

Gericht met het front naar het Zuiden heeft het huis aan de voorzijde een kamer in het midden en een aan elke zijde. Die middenkamer is de gemeenschappelijke eetsalon. Daar vindt ge op den vloer eenige matten, een Jafel en drie stoelen. Hier zijn we klaar.

De kamer aan onze rechterhand is de kamer van br. v. d. Linden. Hier ook weer dezelfde weelde (!). We zien er een ledikant, tafel, stoel en o overdaad! een kleerenkast. Verder is de kamer gevuld met een aromatischen geur. Die komt uit het medicijnkastje daar aan den wand en doet ons zien, dat br. v. d. Linden de reeds beginnende ziekenbehandeling voor zijn rekening heeft genomen: Het eenvoudige begin van het mooie medische werk, dat we nu op Bandoeng vinden, waar dr. Dake nu staat aan het hoofd van ons hospitaal.

Ook zijn in die kamer nog „eenige kisten net behangen met grauw papier en bedekt met spierwitte handdoeken".. Dan zijn we er weer,

In de kamer van br. Albers vinden we hetzelfde. Alleen geen kleerenkast. Die zal later komen. En ik hoor het nog, hoe mevr. Albers mij eens vertelde hoe blij ze waren, toen

Sluiten