Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de vraag, pi hij nu over 'de Jeugdbeweging gesproken heeft, dan wel over lndië als een jong volk. 't Is het een èn het ander. De jeugd van lndië is de hoop van lndië. Die deze jeugd heeft, heeft de toekomst! Ten tweede, de vraag: „wat direct verband heeft nu dit alles met de Zending?" Wel, al deze_koloniale belangen hooren wel degelijk thuis in de Zendingssfeer. We moeten ons heusch niet beperken tot dat, wat de eigenlijke Zending doet, maar 't Jerrein van onze waarachtige belangstelling breeder nemen. Spr. eindigt dan met een krachtige aansporing om onze Zending te zetten in het teeken van de Jeugd. Laten we er wel om denken: tijd om te delibereeren over het „hoe" hebben we niet. lndië wordt reeds opgevoed, onbewust door bioscoop en prikkellectuur, en bewust door een intepsieve actie vanMoscou uit. God geve, dat het bewustzijn, "dat wij voor een crisis staan, ons drijve tot grootere activiteit! —

Uit de discussie, die op deze interessante rede volgde, bleek overduidelijk, dat de problemen, die geteekend werden, schier onoplosbaar waren. Zoo terecht wees Dr. Brouwer er op, dat, zoolang men de verhouding van overheerschers en overheerschten als een tegenstelling zag, men nimmer tot onderling begrijpen zou kunnen geraken. Er zal niemand zijn, die nog de méening huldigt, dat lndië overheerscht moet worden in den zin van „uitgebuit". Maar is het mogelijk, dat lndië momenteel niet langer be-heerscht wordt door Holland ? Als men als twee gelijkwaardige volken naast elkaar wil gaan staan, moet er toch eerst een erkenning zijn van het gezag van den ander. De heer Bergmeijer, oud-Volksraadslid, wees er met grooten ernst op, dat ons thans nog de laatste gelegenheid geboden werd, een gelegenheid, die Holland helaas drie eeuwen llang verzuimd had te gebruiken, om nl. lndië te geven het beste wat we hebben en wel het Christendom in de hoogste beteekenis van het woord. Ds. Eggink vertolkte de meening van een rijken suikerlord in Rotterdam, die tot hem gezegd had: „zeker, de Inlanders zijn aan den hol geslagen, maar dat 's niets, hoe harder ze hollen, hoe gauwer ze moe zijn." Men moest die tegenwoordige verschijnselen heusch niet zoo au sérieux nemen. Ds. Crommelin beantwoordde deze sprekers uitvoerig, o.a. opmerkende, dat de uitspraak van dien suikerlord zoo echt typeerde de houding van vele menschen in handel en cultures, een houding, die inderdaad fataal is voor een goede en blijvende verstandhouding tusschen Holland en lndië.

Sluiten