is toegevoegd aan uw favorieten.

Salomo's Hooglied voor de gemeente bewerkt

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK V.

Ik ben in mijnen hof gekomen, o mijne zuster, o bruid! Ik heb mijne mirre geplukt met mijne specerij, ik heb mijne honigraten met mijnen honig gegeten; ik heb mijnen wijn mitsgaders mijne melk gedronken. Eet, vrienden ! drinkt en wordt dronken, o liefsten, I.

["V vers behoort nog tot het vorige hoofdstuk. Het bevat Salomo's antwoord op Sulammiths, 4 : 16, geuitten wensch: och dat mijn liefste tot zijnen hof kwame en ate zijne edele vruchten 1

Kennelijk meent Salomo dat Sulammith hem bedoelde toen zij dien wensch uitte. Daarom zegt hij haar dat haar wensch reeds vervuld is. Hij is tot zijn hof gekomen; alles wat tot de bruiloft behoort heeft hij in gereedheid gebracht; de specerijen, uit zijnen tuin geplukt, gaven reeds haren geur; de mirre is tot reukwerk gereed. De feestdisch is welvoorzien: de gasten zijn gezeten. Reeds gaf de bruidegom het voorbeeld ; hij heeft zijn honig gegeten, zijn wijn gedronken, zijne melk genuttigd. Laat de gasten der bruiloft zijn voorbeeld volgen ; men ete en drinke tot verzadiging toe. Men ziet het, de koning is zeker van de zegepraal zijner liefde.