Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kingen vormen maar een klein stukske van den grooten stroom van werkingen, die het kind ondergaat van zijn omgeving: natuur en menschen. Zonder dien achtergrond zou de opzettelijke opvoeding niet kunnen bestaan. Er is dus een opvoeding in ruimeren zin door al de factoren der rijke schepping, die in God, als den eigenlijken Opvoeder van heel het mensche'lijk geslacht, zijn oorsprong heeft.

Opvoeding in engeren zin.

Maar er is ook opvoeding in engeren zin. „Zij is dan die leiding en vorming, welke door den volwassene aan den onvolwassene, aan het kind, aan den knaap en het meisje, aan den jongeling en de jongedochter ten koste gelegd wordt, opdat zij straks kunnen optreden als mensch in den waren zin des woords".

Vereischt deze opzettelijke opvoeding reeds in den kring van het gezin overleg, dit planmatig karakter wordt nog versterkt, doordat de opvoeding meer en meer uit het gezin naar de school is overgebracht.

Over de opvoeding moet dus worden nagedacht. Wel bestaat er in de opvoeding een 'levende verhouding tusschen opvoeder en kind, die vooral in het gezin sterk spreekt. Maar dit sluit niet uit, dat ook reeds de ouders met bewustheid zich rekenschap moeten geven van den arbeid, dien zij aan hun kinderen hebben te besteden. En nog veel meer geldt dit voor den onderwijzer. Zijn 'hoofdtaak is het onderwijs. En wel is dit ook een deel der opvoeding: het is middel voor en ondergeschikt aan het geheel der opvoeding. Maar het draagt weer een bizonder karakter, en vereischt in het bizonder een planmatig te werk gaan.

De wetenschap der opvoeding. Haar belangrijkheid.

Van ouds is dan ook door allerlei denkers aan de opvoeding opmerkzaamheid gewijd, en zoo is het gekomen tot een wetenschap der opvoeding: de paedagogiek. Deze kan het leven niet vervangen, ze kan gemis aan takt niet vergoeden, noch middelen aan de hand doen, om uit het kind te halen, wat er niet in zit. Maar toch heeft ze groot belang.

Sluiten