is toegevoegd aan uw favorieten.

Vier tijdvragen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

luisteren een zich geven zien, dat alle kritiek en voorbehoud uitsluit.

Wij komen zoo vanzelf tot de tweede beteekenis van geloof. Het is gehoorzamen. Wie gelooft, geeft zijn leven uit handen. God heeft zich geopenbaard. Dit te hooren is nooit een hooren waar de mensch zelf buiten blijft, waarbij hij zelf heer en meester blijft, al kennend en proevend aanneemt en verwerpt en naar verworven kennis zijn gedrag bepaalt. Het gelooven is volgen, niet meer voor zich zelf leven, maar zich onderwerpen. En het geloof is in de derde plaats inzicht. Het is dwaasheid te meenen, dat ons verstand met ons geloof niets te maken heeft, al is het nog grooter dwaasheid, in het geloof iets puurverstandelijks te zien. Doch het geloof geeft kennis, al is het een andere kennis dan die der wetenschap. Wij krijgen in geloof een inzicht, dat wij niet zelf tot stand brachten — al is het waar, dat wij met dat inzicht weder aan den arbeid gaan in het verstandelijke. Het is de gave, waardoor wij een zekerheid krijgen, die alle andere zekerheid te boven gaat, maar die zekerheid blijft slechts zoolang als zij als gave in geloof wordt beleefd. Zoodra wij er iets anders van willen maken, iets wat wij zelf hanteeren, verschrompelt zij in onze handen. Elk wetenschappelijk kennen is beheerschen. Zeggen wij niet van iemand, die in eenigen tak van weten goed thuis is, dat hij de stof volkomen beheerscht? Dat hij die zich eigen maakt? Wij vormen onze schema's om het onbegrijpelijke naar onze behoeften te ordenen en het voor ons leven te gebruiken. Wij kunnen het daarin een heel eind brengen, doch wij stuiten altijd op de grenzen en zullen daarop altijd stuiten. Wij zoeken daarin tenslotte onszelf. Wij willen meester zijn van het leven. Het inzicht van het geloof is beheerscht worden, te zien bekomen, wij zijn geheel en al de ontvangenden. Doch in dit inzicht gevoelen wij dat wij een kennis krijgen, die werkelijker is dan die van de abstracties der wetenschap. Het inzicht groeit met vertrouwen en gehoorzamen, maar hangt daar geheel van af: wij stellen ons niet buiten de openbaring om haar te kennen, gelijk wij tegenover ieder object van kennis naar een objectiviteit trachten, die afstand vraagt, maar wij kennen haar in ons vertrouwend gehoorzamen, in ons dienen. J)

*) De driedeeling: Tertrouwen, gehoorzaamheid, inzicht ontleende ik aan Barth Gottes Gnadenwahl (Theologische Existenz heute 47) blz. 26. Hi] gebruikt haar echter in ander verband.