Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aanstoot voor sommigen van zijn volgelingen, terwijl het sommigen van zijn tegenstanders versterkte, die bluften dat Peden hem in een vijand was veranderd.

Maar nu de dagen van Peden geteld waren, zond hij om Renwick, die in alle haast tot hem kwam en hem vond in een zeer zwakke toestand.

Toen hij binnenkwam richtte Peden zichzelf op zijn elleboog op en zeide, terwijl hij met zijn hoofd op zijn hand leunde: „Zijt gij de James Renwick om wien zooveel drukte is?" Hij antwoordde: „Vader, mijn naam is James Renwick, maar ik heb de wereld geen aanleiding gegeven om drukte over mij te maken, want ik heb geen nieuwe leer of leven omhelsd, maar alleen datgene, wat onze hervormers en de Covenanters hebben voorgestaan".

Peden zorgde er voor, dat hij plaats nam en hem verslag deed van zijn bekeering, zijn belijdenis en van zijn roeping tot het predikambt; hetwelk Renwick op zeer duidelijke wijze deed.

Toen hij uitgesproken was, zei Peden: „Mijnheer, gij hebt mij beantwoord tot mijns ziels voldoening; het spijt mij zeer dat ik heb geloof gehecht aan de kwade geruchten over u, welke niet alleen mijn liefde tot u hebben uitgebluscht en mijn waardeering voor u hebben weggenomen, maar mij zelfs zoo ver hebben gebracht, dat ik mij zeer bitter over u heb uitgelaten, waarover ik groote smart heb gevoeld. Maar, eer gij heengaat, moet gij voor mij bidden, want ik ben oud en ga deze wereld verlaten". Renwick deed dit, met meer dan gewone verruiming des harten.

Toen hij geëindigd had, trok Peden hem bij de hand naar zich toe en kuste hem, zeggende: „Mijnheer, ik heb bevonden, dat gij een trouwe dienaar van uwen Meester

Sluiten