Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK III.

OVER DE VERDERE RECHTEN EN PLICHTEN VAN ONZEN STAAT BETREFFENDE HET ONDERWIJS.

§ 1.

Over de Staatszorg omtrent het Openbaar Onderwijs.

Zie art. 194 (thans 192) der Grondwet.

De Staat, dus beweerde ik, bevordert de verstandelijke en zedelijke ontwikkeling der jeugd.

Het is een zijner voornaamste plichten.

Bevorderen, want de rechtstreeksche vervulling dier belangrijke taak rust op de burgers zeiven, op de ouders, en slechts daar, waar de krachten van dezen falen, treedt de Staat zoo goed als het kan, in hunne plaats.

Dus zal er ook Openbaar Onderwijs zijn: voorwerp zijner aanhoudende zorg.

Deze zorg lost zich daarin op, dat de Wet het Openbaar Onderwijs regele; dat dit onderwijs voldoe aan de behoefte; dat bij het middelbaar en lager onderwijs door examens blijke van de bekwaamheid der onderwijzers; dat voorts blijke van dezer zedelijkheid, het een en ander te regelen door de Wet; dat de Koning jaarlijks verslag doe aan de Staten-Greneraal van den staat der scholen.

Sluiten