Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

129) Deze grooto geest (1435—1204), al spoedig door sommigen verketterd, maar door talloozen als het grootste licht van Israël, als zijn «tweede Mozes" geprezen, — zie over hem Geiger, Nachgel. Schr. III, blz. 34 verv., Karpeles, Gesch. der Jiid. Lit., blz. 544 verv. — heeft met zijn vrijen, edelen, ruimen geest helaas niet kunnen doordringen in het Jodendom. Herhaaldelijk in den ban gedaan, en, vooral in het Oosten, door de ultra-orthodoxen gevreesd en zooveel mogelijk op den achtergrond gedrongen, is hij voor al wat naar vrijheid van gedachte en levensopvatting uitgaat, een onuitputtelijke bron van leering en bemoediging.

130) Een deel dezer secte echter doet wel aan Talmoed en Misjna. Zie Graetz a. w. blz. 607. Ook de pasgestorven «heilige van Sadagora" las dagelijks een stukje Misjna en Gemara, maar toch veel meer in den Zohar. Zie Saat auf Hoffnung, 1871 , blz. 140. Het zijn de »mitnagdim", de «tegenstanders" der chasidim, die weer de Misjna en vooral de Thora wederom op den voorgrond plaatsen. Zie t. z. p. blz. 152—154. In de dagen dat de chasidim door het Rabbinisme zwaar vervolgd werden, zijn velen der hunnen naar Palestina heengetrokken, waar trouwens in alle eeuwen tal van Joodsche elementen zich hebben neergezet, die het in hun tijdelijk vaderland te benauwd kregen.

131) De ongeloofelijke onwetendheid dezer lieden hangt trouwens ook samen met de ongeloofelijke verwaarloozing van het onderwijs. In Sadagora, waar meer dan 3000 Joodsche en meer dan 10,000 christelijke familiën wonen, was in 't jaar 1870 geen enkele openbare school te vinden. De Joden worden door den tsaddik verhinderd er eene te bouwen, en om de Christenen bekommerde zich de Oostenrijksche Regeering (althans tot op dat jaar) in t geheel niet. Zie Saat auf Hoffnung, 1871, blz. 153.

132) Saat auf Hoffnung, 1871 , blz. 154. 155; 1879, blz. 252 verv.

133) Zie daarover Graetz, en Saat auf Hoffnung, 1871 , blz. 154.

134) Zie Graetz, en ook Jost, Gesch. des Jud. III, blz. 192.

135) Ook de andere tsaddiks dragen zulke bijnamen, als : de tsaddik der eeuw, de volmaakte tsaddik, de groote der eeuw, de ware wijze, de nasi (vorst), de Koning, enz. Zie Jost, Gesch. des Jud. III, blz. 186.

136) Zie daaromtrent allerlei bizonderheden in Saat auf Hoffnung, 1879, blz. 250.

137) Een ooggetuige beschrijft (Saat auf Hoftnung, 1871 , blz. 148) een audiëntie bij dezen «heilige van Sadagora aldus: nadat men .i a 4 roebels aan de »gabaïm" (deurwachters) als entréegeld betaald heeft, wordt men tot den wonderrabbi toegelaten, die in een fauteuil

Sluiten