is toegevoegd aan uw favorieten.

Groote denkers

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

57

transcendent, boven de schepping verheven blijft maar aan den anderen kant toch ook weder als functioneerende Absolute Geest in de wereld met Zijn wil en wijsheid woont, met welken God de mensch naar zijn gansche leven en handelen onmiddellijk te doen heeft.

Deze religie van den geest moet den mensch verlossen van zijn egoïsme, dat naar levens-instinct (omdat de mensch ten slotte in zijn onmiddellijk bestaan een openbaring is van den zich zelf „bejahenden", alogischen wereld-wil) steeds roept ik 1 ik I — Zoo ver worde daarom des menschen religieus bewustzijn opgevoerd, dat het hem brenge tot algeheele zelfovergave aan het Goddelijk wereld-doel en hem aldus herscheppe tot een orgaan des Geestes.

Alleen zij, die voor het dat der wereld als voor een „Medusa-hoofd verstarren" kunnen tot de ware metaphysica, het diepste inzicht in het wereld-wezen en doel voortworstelen. De anderen zullen slechts deels onbewust daartoe medewerken, deels door het cultuur-proces moeten worden voortgeleid, opdat ze eindelijk mede beseften, dat geen denken, ook het Goddelijke niet, uitkomt boven het wonder dat de wereld bestaat. Want dit wonder „des Nicht-nichtseins" is het werk van den alogischen, den redeloozen wil des Absoluten Geestes en daarom r indien het tegenwoordigwereld-proces, waarin wij nu leven, in God zal zijn teruggevoerd, dan kan de alogische wereld-wil zich wederom verheffen en een nieuw proces wordt geboren, dat (zij het ook wellicht anders in zijn verloop) ten slotte toch ook weder zal moeten uitloopen op zelf-negatie.

Wij echter laten de nadere uitwerking, die Hartmann van een en ander geeft (ook met betrekking tot de „ausserweltliche Unseligkeit" van den functioneerenden Absoluten Geest) rusten en wijden ten slotte nog een enkel woord aan zijn aesthetica.

Ook hier wordt deels critiek geoefend en tevens een eigen theorie gegeven.

Daarin houdt Hartmann het midden tusschen hen die