is toegevoegd aan uw favorieten.

Dr. Herman Bavinck

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

werd iocus na locus behandeld. Ieder leverde op zijn beurt een referaat. B a v i n c k gaf daarbij de literatuur op, zoowel oude als nieuwe. Eiken avond van tien tot twaalf uur ongeveer zaten zij zoo bij «lkander. Natuurlijk bleef ook hierbij het disputeeren niet uit en won B a v i n c k het in den regel glansrijk. Maar onderwijl zichzelf oefenend, smaakte hij toch deze voldoening, dat deze studenten voor de Gereformeerde waarheid behouden bleven.

Men zal hieruit reeds hebben afgeleid, dat hij na zijn doctoraal niet weer naar Leiden terugging, maar zich thuis voor zijn promotie voorbereidde. College liep hij te Kampen niet. Hij informeerde alleen bij zijn vrienden, wat er door de docenten werd verhandeld. De School kon hem weinig of niets bieden. Ook twijfelt hij eraan of zij ooit op peil te brengen is. Ter gelegenheid van het 25-jarig jubileum der School(December 1879) schrijft hij aan Snouck Hurgronje: „In vergelijking met voor 25 jaar is onze School zeer vooruitgegaan. Maar of ze ooit worden zal, wat ik soms wensch, betwijfel ik. Financieel en zedelijk gesteund door de gemeenten, is ze van haar in elk opzicht afhankelijk en kan ze dunkt mij niet veel meer dan praktische beteekenis krijgen en houden. Zuiver wetenschappelijk kan ze uitteraard nooit worden. Hoezeer me dit soms ook spijt, ik troost me en kan me ook goed troosten met de gedachte, dat ze toch een machtigen invloed kan oefenen op het leven. En dat geeft ten slotte den doorslag".

Hij vindt het heerlijk weer thuis te zijn. „Ik heb het hier thuis al te prettig; een uitstekende kamer, onbeperkte vrijheid, geen vervelende colleges of lastige visites meer en dan thuis — ge begrijpt, dat ik niet verbeteren kan en het wat dat aangaat uitmuntend naar den zin heb". Zoo lees ik ergens. En in een volgenden brief: „Iedere dag is voor mij ongeveer gelijk aan den ander. Maar het huiselijk genot is vroeger nooit door mij zoo gewaardeerd als thans, 't Zou me niet verwonderen als ik na dit jaar er nog een thuis doorbracht, althans niet de gemeente inging".

Zou hij zich in dien geest ook dikwijls tegenover zijn ouders zelf hebben uitgesproken ? Waarschijnlijk niet. Hij was meest in zichzelf gekeerd. Hij had geen zusters om hem te plagen en hem eens uit den hoek te lokken. De broeders, die hij had, stonden in leeftijd ver beneden hem. De jongste, die B a v i n c k s lieveling was,