is toegevoegd aan uw favorieten.

Inleiding tot de pathologye of Beschouwing van het menschlijk lichaem in den zieken staet.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

44^ GEBRÉKEN DER '

Als roen Vet overlaet aen zich zeiven, wordt het allengs geel, Hinkend, garstig. Deze Garstigheid kruipt allengs voort, en bederft al het Vet, dat zij raekt. 't Is hier even als met de Gist. Als men deze, in geen groote veelheid zelf, bij gistbare ftoffen voegt, doet zij alles gisten. Niets brengt zulk eene vreeslijke Scherpte aen dan garstig Vet. Wat is 'er zagter, aengenamer dan het Merg der beenderen. Lekkere monden weten dit, en zuigen het Merg uit de pijpen der dierlijke beenderen. Maer als dit Merg fcherp wordt, rigt het ijslijke verwoestingen aen. De Beeneeters getuigen dit. Hec bedorven Merg knaegt de Beenderen, hoe hard zij zijn, door, en verandert hen in een rot Vogt, dat een ondraeglijken ftank, dien kundigenvan alle andere flanken onderfcheiden, fpreidt. Niet zelden vernielt het de Beenderen tot ftof. De Venusziekte verandert het vet in een vuilen Zever. Vele oorzaken maken deze Garstigheid. De voor» naemfte zijn;

Rottende, garstige, vette Voedzels. Menfchen die deze uit nood of verkiezing eeten , krijgen eene bedorven, vuile Gijl, die het Bloed befmet. Alkaliefche zouten , met fcherpe Olie gemengd, bederven het vet fchielijk. Ik hebbe dezé zaken reeds afgehandeld (153).

Sterker Omloop en hette.. Hette maekt het vet

ftin-