is toegevoegd aan je favorieten.

De geordende en gelukkige huishouding, aangeweezen [...] in agt zeedenkundige leerredenen.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

OMTRENT HUNNE HEEREN OF MEESTERS. 211

uitteftrekken, als die betaamlijk .naar hunnen dienstbaaren ftaat diendt gefchikt te zijn. 't Is fchandelijk en befpottelijk, wanneer Dienftelingen zig booven hunne gefteltheid en vermoogen zo optooien, dat zfij in hun uiterlijk gewaad nauwlijks van hunne Heeren of Vrouwen te onderfcheidenzijn; en nog meer, wanneer deeze zulks in hun gedoogen, of wèl hen zulks opzettelijk laaten doen.

Maar boovenal moet de pligt van werkelijke gehoorzaamheid, zelve hun zo dikwerf en duidelijk aanbevoolen, van hun behartigd en betragt worden; want het zou buiten, ja teegen alle orde zijn, wen een Dienstknegt, of Dienstmaagd zou willen regeeren, en weigeren geregeerd te worden. Dit nu behelst in zig, dat zij in generlei geval iets in 't minfte of meeste behooren te doen, 't geen zij voor 's hands weeten, dat hunne Heeren niet zou aangenaam zijn; veel minder, 't geen deezen in eenig opzigt fchaadelijk, of nadeelig zou konnen weezen: maar inteegendeel hun in alles tragten welbehaaglijk te zijn door te verrigten 't geen hun bevoolen word, en ook in 't geen buiten bevel van hunnen duidelijken pligt mogt zijn. De oogen der Dienstknegten moeten zijn op de handen hunner Heeren, en die der Dienstmaagden op de handen haarer Vrouwen, gelijk die van ons allen op die des Heere. Pf. CXXIII: 2.

O 2 Dec-