Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

V.

boek

V.

jioofdst.

J. vo ir C 104.

J- vaa R, 648.

CN. MAL»

Lu s en p.

RUTlLIl'S Rl FUS

Cosf. .

Verdeeldheid tusIchen mallius en

CiEPlO,

> \

ti

e

ki

éi

232 romeins ghe

ven, dat dezelve door rooverbenden geftoolen was ( 1).

Tegen de Cimbriërs zelve durfde zich ' c m P 1 0 niet waagen, het geen den Raad deed befluiten , om dezelven met eene verdubbelde krijgsmagt te beftrijden. C je pio werd als Proconful in zijn ichandlijk bewind verlengd , en kreeg nu den Conful cn. malliüs op zijde , wiens Ambtgenoot, Pt ru tiliu s-rufus, Jtalit ten deel was gevallen.

s' Volks keuze kon niet ongefchikter, dan op dezen malliüs, noch het lot der krijgsgewesten ongelukkiger, dan tusfchen hem en zijnen Ambtgenoot gevallen zijn, daar deze in de fchool van scipio, /oor Numantia was geweest , en zich als Daderbevelhebber bij m e t e l l u s in Nu • nidie had onderfcheiden, terwijl cicero 'an hem zegt, dat hij niet flechts van

laage

CO O ros. L. V- c. 15. Elk, die aan dezen mpelroof deel had, zou zulk een rampzalig Jeesnseind gehad hebben , dat de Romeinen vervol:nds, om iemands fchrikjijklk rampen uit te drukn, ten fprèekwoord hielden: „ hij heeft Tole/a's ad." Aül, gbll. L. HL c. 10.

Sluiten