is toegevoegd aan uw favorieten.

Romeinsche geschiedenissen.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geschiedenissen. 431

nog in zijn winterleger tusfchen Apollonia en Dyrrachium bij de rivier Apfus (O bleef, zijnen Onderbevelhebber laïustius met een gedeelte zijner benden ter plundering van des vijands grenzen afgevaardigd. Verfcheidene kleene vijandlijke fterkten waren voor deszelfs eerften aanval bezweeken; één ftedeken, 't welk hij vruchtloos door redenen getracht had over te haaien, wederftond maar korten tijd zijnen ftorm, en bragt, na den moord van al, wat manbaar binnen haare muuren was, ter plundering aan het krijgsvolk overgelaten , eenen fchrik in de nabuurfchap voord, welke eene andere veel fterker ftac zonder flag of floot deed overgaan. Na den terugtogt des Romeinfchen Bevelhebbers , die overal eenige bezetting agterge* laten, en zich zelf tegen eenen onverhoedfchen aanval bij het overtrekken eenei rivier voortrefiijk verdeedigd had , zag zich de Conful door verfcheidene nabuurige Vorsten minzaam begroeten, en allen bijftand aanbieden tegen philippuSj

die

(1) Zie het kleene kaartjen van de noordlijke deelen van Griekenland op deszelfs groote kaatt.

IV.

BOSS

VIL

SOOFDST.

J. voor C.

198. J. van R.

554Verove.ringen van

L. AFUSTl-

us in Macedonië.