is toegevoegd aan je favorieten.

Beschryving van de epidemische zinkingkoorts [...] welke in de maand juny 1782. te Haarlem geregeerd heeft

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

j6B

de huid; zy had echter veel gedronken. Ik gebood eene Fomentatie, uit Zoetemelk en Spaanfche Zeep met flenellen lappen warm op de pyn-lyke plaats te leggen; een Julapium uit Oxym; fimpl: Syr: Althéa en Niti urn gaf ik haar in groote hoeveelheid te gebruiken, en een LinéJus pefforalis, om van tyd tot tyd eenige eierlepeltjes daar van te likken.

's Avonds was zy niet beeter: de koorts, pyn, hoeft en hitte waren flerker,. kwelden deLyderes, en maakten haar ongeduurig; de pyn in het hoofd was zwaarder; zy was rood opgezet in het aangezicht, en fcheen ligt ylhoofdig. Ik gebood eene Aderlaating, liet een klyfieer zetten, en ZuurdeefTem onder de voetzooien aanleggen; zy ging voort met het gebri'ik van de voorgefchreevene middelen.

Op den 10 was zy geheel ylhoofdig, ongeduurig, en had niets geruft;de pols was vol en hard,de ademhaling was benaauwd en kort; na de hy fleer had zy eene ontlafting, het bloed was zeer ontftoöken, de huid bleef heet en droog, men zag geen zweet, en zy had echter veel gedronken. Ik liet weder eene Ader openen, en twee fpaanfche vliegen -pleyfiers aan de beenen ftcllen, als meede een op de pynlyke plaats ter zyde de borft. Ik gebood dat zy met de gewoone middelen zoude voortgaan. Omtrent den avond bevond ik haar by haar kennis, de pols niet zoo vol en rad, de ademhaling eenigzins ruimer, de pyn minder, en den hoeft niet zoo droog; de hitte was minder, een zacht zweet fcheen zich over de huid te vertoonen. Ik gebood voorttegaan mee

drir>