Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TOONEELSPEL 25 Niet meer.... aan my.... ik eisch dat ge eene liefde fmoort Die u in d'afgrond van rampzaligheid zou Horten, En 't leven, dat behoort aan 't vaderland, verkorten!

de kapitein, driftig. ' Wat hoor ik?...gy bemint!... wie is die duivel dan ?...

henriëtte.

Geen duivel neen, dit hart flaat voor den braaffteri man

Die immer de aard'betrad

de kapitein, drjgtTtd.

Maar wie ?... ik moet het weeten;

Spreek op'...

henriëtte.

ö God! hy drygt... hy zal zichzel v' vergeeten...

Ik vlucht

Zy vertrekt ylings; Mietje volgt haar.

de kapitein.

ó Neen, vertoef! Rampzalige als ik ben!

Hy loopt driftig heen en weder'.

6 Donder! voer hem hier dat by myn woede kenn'

Hy weete dat ik my, my niet vergeefs Iaat hoonen ..,

Hy flaat vertwyffeld ftil. Maar hoe? zoude ik ardus haar zuivreoprechtheidloonen, En haar, omdat zy mint, neéïnorten in 't verderf?...

Hy flaat Zich voor 't voorhoofd.

Neen,

Sluiten