Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

BOERTIGE WEERKLANKEN. 5

Met burgery met al, kyk, wat al malle kuuren, Men zou een kelder voor een zolder moeten huuren» Ik dacht nog al, ja, ja, geduld maar, geef maar tyd" Myn trypte broek ilyt wel, zacht dat dit ook wel ilyt. Ik u-ooste me in myn leed, en dicht finds vecle jaaren j Dat al dat bruijen eens volkomen zou bedaaren; Althands toe fimple jan, Graaf Floris waardig kind Adieu zei aan deze aard, dacht ik weêr in 'c bewind' Van myn verhaten goed, en armoedjen te raaken; Maar raadt eens wat ik kreeg ? ze wisten 't zo te maken, Dat ik 'er buiten bleef, en kreeg zie zó veel niet. En was 'torn my alleen, het waar een klein verdriet, lk kan me nog wel wat zo by en by geneeren, Maar myn lief vrouwtjen is zo heet op mooije kleórcn Eulekkereeten; en die valt het byftcr af. Serieus, om heurentwil, wou ik graag in een graf, Al was 'tin een rioel, of in een fnying Iprmgen, En 't roeren, dat de droes zyn lof 'er aan zou zingen ; Ofliever,'kfprong veeleer van d'aUerhoogftentop; Tot in het diepst der hel, den duivel op den kop, Dat weet al wie my kend; en 'k heb veefgoê bekenden, Maar 'k wordregt droevig, als ik denk aan al de ellenden Die vader zaliger ook al zo fchuldloos leedt, Toen hy den adeldom, gedwongen, fel belireedr. Daar zit hem nog de nyd, toen lei het al in duigen. Kyk; koning Willem, die lang dood is, kon getuigen. Wat baas myn vader was; zoo hy eens uit het graf Yenyzcnmogt. Ikheb Graaf Floris by zyn ftat" "(ken, pok m ww gehandhaafd; toen hy eens, geheel bezwee' Vast fnotterde als een kind , en niet een woord duist fgreeken;

I leb

Sluiten