is toegevoegd aan uw favorieten.

Bybels zakelyk-woordenboek.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

AGT, 233

heemel weete te voorspellen. Maar dit moet zo verre niet gaan, dat hy uit schroom, dat het weêr niet gunstig zal worden, den rechten tyd van zaaijen en maaijen veronagtzaame. Zo eene beschroomheid konde vooräl in Kanaän zeer nadeelig zyn. Daar zaaide men in- of omstreeks October , en men maaide in 't laatst van Maart, of in 't eerste van April. Omstreeks die tyden had men 'er gereegeld Reegen ; buiten dien reegende het 'er zeldzaam. Pas na den Zaaityd viel 'er eenige dagen agter-een Reegen, om het Aardryk week en vogtig te maaken, en het gezaaide te doen kiemen , en uitspruiten. Die heet in den

Bybel de Vroege reegen. De reegen-aanbrengende wind was de Westen Wind, Nu konde het gebeuren, dat het omtrent den Zaaityd lang bleef waaijen uit het Noorden, of Noord-Oosten , 't welk eene heldere , maar ook schraale lucht maakte. Als nu de Landman dacht, de Wind staat sinds lange zo vast in dien hoek,'t schynt, dat hy dien niet verlaaten zal; 't lykt nog niet na verandering tot reegen ; en zo hy daar op den eenen dag voor, en den anderen na bleef wachten , konde het gebeuren, dat de rechte Zaaityd hem ontglipte. Dus dan, die op den Wind agt geeft , zal niet zaaijen. Kort voor den Maaityd kwam 'er weêr reegen, om de rypheid der vruchten te bevorderen, en het graan in de aairen te doen zwellen : En die reegen wordt de Spaade reegen genoemd. Nu konde het ook gebeuren, dat die reegen wat langer aanhield , als naar gewoonte , en dat het koorn inmiddels tot zyne volle rypheid kwam. Als nu de Landman ook van dag tot dag schroomde den sikkel aan te slaan, als zich nog maar een Wolksken aan de lucht vertoonde, zo konde het gebeuren, dat ook de Maaityd hem ontglipte. Dus dan ook: Die op de Wolken ziet, zal niet maaijen. (3) Maar waar toe dient dit Voorstel van den Prediker? Hy pryst de Weldaadigheid aan : Werp uw brood uit op het water, en gy zult het vinden na veele dagen. Geef een deel aan zeevenen, ja ook aan achten; want gy weet niet, wat kwaad op de Aarde weezen zal, vs. 1 , 2. De Almoesen zyn als een Zaad, dat men zaait; en Godts Zeegen, die daar op volgt, is als een Oogst, dien men maait. De Dichter zingt van den Man, die den HEERE I. Deel. I. Stuk.

vreest: Hy strooit uit, hy zaait almoesen, hy geeft den Nooddruftigen. En wat maait hy ? Zyn hoorn zal verhoogd worden in eere, Pf. CXII: 9. Die zich des Armen ontfermt, leent den HEERE; en die zal hem zyne weldaad vergelden , Spr. XIX: 17. Maar dit is een pligt, waar aan veelen zich onttrekken. Het is niet alleen de Ryke Wrek, die , geheel ontäart van mededoogen, den Armen, die hem smeekt, toegrauwt, en afzet met harde woorden; dien het naauwlyks van het harte kan, dat hy den Armen Lazarus de kruimkens laate opleezen, die van zyne tafel vallen: 'Er zyn veele anderen, die zich onttrekken onder gezochte voorwendsels. Zy zouden wel willen geeven, indien zy wisten , dat hun almoes wel besteed was: Maar dat is juist het geen , 't welk zy, ter hunner voldoeninge, niet kunnen, of willen te weeten koomen. Die is een Vreemdeling, een Landlooper : Maar weet gy ook, of hy niet door kommer, of vervolging zyn Land heeft moeten verlaaten , op hoope van zyn brood te zullen vinden onder de Vreemden ? Die is een Leeglooper, een Luiaart: Waarom werkt hy niet ? Maar, als hy werken kan en wil , zult gy hem werk willen geeven? Weet gy ook, of hy niet een of ander verborgen gebrek heeft, 't welk hem tot werken onbekwaam maakt? Die is een Doorbrenger: Hy was voorheen een welgezeeten Mensch. 't Is zo, maar weet gy ook , of hy niet door onvermydelyke wanspoeden verärmd is? Aan dien wordt van deezen zo veel, en van geenen zo veel gegeeven : Waar laat hy het ? Hy versmult het maar. Maar weet gy ook, of niet de eerlyke Man van het gegeevene zyne kleine schulden betaalt ? Hebt gy ook onderzocht, of hy niet wel mogt bezwaard zyn met een talryk, en gebreklyk huisgezin? Ik zoude wel willen geeven; maar 't zyn schraale tyden; 't komt met my zelven niet breed om: Maar die zelfde hand , die zich onder dat voorwendsel sluit voor den Noodlydenden , doet zich wyd open voor onnoodige verkwistingen, welke men zoude kunnen bezuinigen. Zo en nog meer andere zynde voorwendsels, onder welke men zich der weldaadigheid onttrekt , tegen welke Salomo waarschouwt. Die zo omzigtig willen zyn , zyn gelyk