is toegevoegd aan uw favorieten.

Orestes en Hermione, of De kracht der edele en zuivere liefde.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VEERTIENDE BOEK. 431

dat op het zelve nieuwe traanen ftroomen; dat ik bloed en dof van zijne wangen wisfche, en zijne wonden met mijne baairlokken afdroo-

ge. Ineen gouden lijkbus-zal ik zijne

waarde asfche verzamelen; de handen mijner vrienden zullen, fchielijk , o! fchielijk, gij Goden! de mijne daar onder mengen, en ons als dooden ten minden verëenigen, die in ons leven niet verëenigd zijn mogten!

De Slaaf ging heenen. Palmire zeeg in onmagt op haar "bed neder. De fcbim des vermoorden zweefde voor haare oogen. Zij zag zijn lijk in het dof , met bloed bedroop'en, voor zich liggen. Haar be'angdigt hart zwoegde, haar fchoon haair lag verdrooid op haare fneeuw-witte borst, en traanen vloeiden van haare wangen. —

Tot welke plagen, o Goden! ben ik verweezen! Hoe hoopt gij die over mij op, over mij rampzalige! De fcheidingy 'en de roof, toen ik verlaaten onder de handen der B'arbaafen zuchtte, zijn 'vreugde bij deezen ramp! O! moest ik, Goden! moest ik uit Rhodus naa ■Cijprus te rug keeren, om hier, nabij het altaar