is toegevoegd aan uw favorieten.

Tooneelspelen.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

100 ONDERZOEK en AANMERKINGEN

doet hier zyne verfchyning niet op het Tooneel; Klaudius verhaalt flegts deze verfchyning, als een gerug: van het bygeloovig volk; Hamlet zelfs heeft de Geest van zynen Vader gezien , en verhaalt aan zyne Vrienden, wat hy hem gezegt heeft; ook komt de verfchyning van tyd tot tyd wederom voor zyne oogen. De geveinsde razerny van Hamlet is hier in Waare zwaarmoedigheid verzagt, en het onderzoek naar deszelfs oorzaak heeft hier geen doelwit. Om zig van de waarheid zynes agterdochts te verzekeren, gebruikt hy hier niet, als by Skajkespear het middel eens Tooneelfpel, maar de kruik, die de asch van zynen Vader befluit; by weikers aanfchouwing zyne Moeder haar fchuld verraad. Gertkutda word hier na van Klaudius vermoord. Deze had tegen Hamlet een faamenzweering geftigt, waar aan Polonius en andere deel neemen. Terwyl hem deze overvallen , floot Hamlet, Klaudius den dolk in de borst, dit verbaasd en fchrikt de faamenzweerders af, en hy blyft in 't leven. Ten befluite van het ftuk antwoord hy Ophelia, die daar komt, haar Vaders Ligchaam vind , en hem vraagt: „ Ach! qu'as - tu fait, barbare?

H a m t e t.

Mon devoir.

„ Privé de tous Ie miens dans ce palais funeste , , Je 't adore & te perds- Ce poignard feul me restc, „ Mais je fuis homme & Roi. Réservé pourfouffrir, „ Je faurai vivreencor; je fais plus que mourir.

zynde naar Mevrouw de Cambons Beryming t, Ach! wat hebt gy geda<m ? barbaar.'

Hamlet.

Myn pligt.

'k Mis in dit yflyk Hof myn allerwaardfte pandea „ 'k Min en verlieze u, 'k hou dees pook alleen in handen.

„ Maar