is toegevoegd aan uw favorieten.

Moriz, of De gevallen van den heere Lemberg.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

243 M Ö R I Z

Maar de wijze, op welke ik dit gedaan had, wekte een gevoel van Eer in mij op, en deedt mij van fchaamte gloeijen. ik had hem onvoorziens overvallen , en moest vreezen als een Huisbraker of Moordenaar veracht en geftraft te worden.

Dus verëenigden zich eindelijk Gramfchap wegens de Ongetrouwe; gekrenkte Stoutheid, Vreeze voor verachting; Schaamte voor mij zeiven ; en eindelijk de angst eenes Moordenaars, zich te zamen in mij, om het Befluit, om nooit weder in mijn Guarnifoen te komen , tot rijpheid te brengen. Ik wilde bij eene andere Mogenheid, onder eenen an • deren naam, dienst neemen : maar wilde het echter als gemeen Soldaat doen, om mij daardoor voor altoos, aan de Naarfpooringen mijner Vrienden te onttrekken.

Naauwlijks was dit Befluit genomen, of ik fprong over einde om het uit te voeren. — Maar, waar was ik? Langs welken weg was ik in dit Bosch gekomen ? Hoe kon ik 'er uit raaken? Ik vatte mijn Paard, zette mijn Voet in den Steigbeugel om wech te reiden; en zette hem weder op den grond, omdendagte verwachten. Midden onder deze Beweegingea hoorde ik het gebaf van een Hond, en welke,

naar