is toegevoegd aan uw favorieten.

Anna.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ANNA. fi,7

ge zondaars altijd aan ondeugende Grooten bewijzen? terwijl deze oogmerken van den Lord, welken hunnen oirfprong aan de fchandelijkiTe beweegredenen verfchuldigd waren, door hem aan de godlijke deugden van christelijke liefde en goedwilligheid werden toegefchreeven, omtrend de perfoon, die hij in het verderf poogde te Horten.

Toen Dalton zijn affcheid had genomen, begaf zig Lord Sutton naar zijne kamer. Hier, geheel aan zich zeiven overgelaten, en bevrijd van alle onbefcheiden aanmerkingen, welke Dalton of iemand anders zoude kunnen maaken , begon hij te begrijpen, hoe zeer hem ook dit denkbeeld bekommerde, dat de beminlijke prijs, op welken hij reeds zo lang gehoopt had, hem nu zeer waarfchijnlijk voor altijd ontrukt was. De angliige bekommering der jaloezij, door deze gedachten in hem verwekt, overtuigde hem van iets, waaraan hij tot dus verre vermoedelijk geen geloof floeg; naamlijk, dat zijn hart nu wezenlijk verliefd was, en dat hij, ondanks alles, wat zijne trotsheid hem voor het tegendeel mogt inboezemen, geene de minde hoop had, dat zijne liefde door wedermin zoude vergolden worden. Hij aanbad Anna zó zeer, dat hij zich nu beklaagde, haar zijne hand niet te hebben aangeboden: dan zij was zo lang aan het huis van Mevrouw Edwin geweest, na de te huis komst van haaren Zoon, en voor dat hij haar gezien was, dat hec misfehien, toen, al te Iaat zoude ge9 5 weest