is toegevoegd aan uw favorieten.

De bijbel, door beknopte uitbreidingen, en ophelderende aenmerkingen, verklaerd.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

E P HESE N. I. 257

wel bepaeklelyk aen zijn bloed , dat is , zijne bloedige gehoorzaemheid. De toefpeling is hier, op het bloed van het Paeschlam. Te weten, het bloed van het Paeschlam was oudtijds het fchaduwachtig rantzoen , het welk van Israël, tot hunne verlosfing uit Egypten, gevorderd werd; even zo is de borgtochtelyke gehoorzaemheid van christus , welke Hy allerbyzonderst, by het Horten van zijn bloed aen het kruis betoont heeft, het rantzoen, het welk eerst, aen Gods gerechtigheid, moest worden opgebracht, zou die geestelyke verlosfing kunnen plaets hebben.

Er wordt bygevoegd , namelyk de vergeving der misdaden, Deze vergeving wordt in het verband gebracht, met de even gemelde verlosfing. — Dit verband kan men , met onze Overzetteren, zo begrijpen, dat de Verlosfing in christus door zijn bloed , nader verklaerd worde, door de vergeving der misdaden, zo dat deze beide weldaden zakelyk dezelvde zijn. Trouwens, de verlosfing, uit het geweld des Satans; bevrijdt ons, zo wel van zijn befchuldigend, als van zijn overheerfchend vermogen. — Anders kan men de zaek zo begrijpen , dat de vergeving der misdaden, hier inkome , als een gevolg van de verlosfing in christus door zijn bloed. Immers, door het daerftellen der verlosfing, door het opbrengen van het rantzoen, heeft christus, als Eorg, voor de fchuld der misdaden volkomen betaelt. Er zijn vele andere zeer heerlyke gevolgen van de verlosfing door christus bloed; maer de Apostel bepaelt zich alleen, tot de vergee ving der misdaden, om dat deze de wortel is van alle volgende genade weldaden.

Deze onfchatbare weldaed was , aen Gods zijde, geheel ongehouden. Dit geevt de Apostel te kennen, wanneer hy zegt: naer den rijkdom zijner genade, dat js, naer zulk eene overvloedige en alles overklimmende genade, dat daer aen, met het hoogde recht, een rijkdom moge toegefchreven worden. — Dus doende wil hy niet alleen, het onnadenkelyke van Gods vrymachtige lievde vertonen; maer ook eenen gepasten overgang maken , tot die heil weldaed, welke hy \?ervolgens zal voorftellen.

8. Met welcke genade by, die de Vader der barm>

XXIII. DEEL. R