is toegevoegd aan je favorieten.

Reize door Syrie en Egypte, in de jaaren 1783, 1784 en 1785.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

'Tiende Hoofd/luk. 213

«itmaakéri. Hec is waar dat men daar nog bij moet voegen toevallige knevelarijen of ^eldligtingea ; wanneer namelijk Mourad-Bek of Ibrahim, bij voorbeeld, vijf honderd duizend livres noodig hebben, ontbieden zij den tollenaar, die nooit weigert hun dezelve te tellen ; doch op het bevelfchrift, dat zij hem dan geeven , heeft hij de magt om deeze af kneveling op den koophandel te vbrhaalcn, wanneer hij de verfchillende lighaamen of natieën als de Franken, de Barbaryfche , de Turken enz. in het vriendelijke brandfebat, en dikwijls gebeurt het dat zulks e:n voordeeltje voor hem geeft. In enige proVintieën is de tollenaar ook belast met den ontvangst der Mirt, eene foort van belasting, die alleen op de landen ligt; maar in Egypte wordt deeze [belasting geheven door dc Koptifche fchrijvers, die zulks onder bellier van den geheimfchrijver des bevelhebbers yerrigten. Deeze fchrijvers hebben de registers van elk dorp, en moeten de betaaljngen ontvangen en dezelve in de fchatkamer brengen ; fomtijds doen zij hun voordeel met de onkunde der boeren, en brengen hetgeen zij op rekening gegeeven hebben niet in de ontvangst, dus doen zij hen dat tweemaalen betaalen: dikwijls laaten zij de koenen, de buffels en tot de matras dier ongelukkige verkoopen : men kan zeggen dat zij in alles bedienden zijn hunner meefteren waardig. De gewoone belasting moet drie en dertig piasters de O 3 . fefi