is toegevoegd aan je favorieten.

Algemeen magazyn van wetenschap, konst en smaak

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

•Van den koekkoek; qj»

flër rugvederén zyrt wit. Door deeze reguliere mengeling der bruine en zwarte kleuren, krygt het gantfche bovenlyf , wanneer de vleugels en fiaart zaamgevouwen zyn, een zeer fraai aanzien,en beftaat uit louter bruinroode en zwarte banden , die aan den kop fin aller zyn, en dan, naar evenredigheid van het toeof afneemen, nu eens breeder dan weder wat fmaller Worden» De keel en hals zyri geelagtig, en van hier verloopt deeze famengeftejlde kleur in het eenvoudige fneeuwwitte tot aan de onderfte dekvederen van de ftaart, de lange fchenkelvederen mede ingefloten. Het gantfche ondcrlyf is met fmalle zwartgrauwe golfjes geteekend , die aan het agterlyf meer in een loopen. De binncnftc akfelvederen zyn bruin met zwarte punten , en de onderfte dekvederen der vleugelen wit met zwarte kanten.

Het wyfje is iets kleiner, heeft alle deeze kleuren, doch is minder helder en regelmaatig geteekend. Zy is op den bruinen rug zwartagtig cn wit gefprengd, feu heeft een zwarte en witgeele gegolfde borst.

Uit deeze befchryving en opgave der kleuren blykt, dat beide foorten van Koekkoekken, in het uitwendig maakfel van haar lichaam, tamelyk wel overeenkomen , en ten opzichte van hunne kleuren genoegzaam even onderfcheiden zyn, als de witte en geele Kwikftaarten.

Deeze laatfte Koekkoek komt in het voorjaar, op het einde van April en in den aanvang van May; in Onze Laudftreek, en fchynt genoegzaam altyd flegts doortetrekken. Slegts eenmaal heb ik 'er twee óp" ëeri hoogen Sparrenboom zien paaren. Zy moeten dus Zieh niet in onze landftreek, maar wel diép1 iii de' bos*'