is toegevoegd aan je favorieten.

Maurits van Nassau, prins van Oranje. In zes zangen.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

■ VIERDE ZANG.

Op ftraf van 's keizers wraak, hoogmoedig deed verbieden Held Cortez greep een toorts in zyne kloeke hand, En ftak zyne eigen vloot ftoutmoedig in den brand; Straks fmolt de zeemagt weg op 'tbuldrend' vlak der flroomens' Toen fprak hy, op een' toon die 's ryks gezant deed fchroomen:

Zolang myn vloot hier lag, dacht gy, ter goeder trouw, „ Dat ik, door u gedreigd, van hier vertrekken zou: „ Ga, zeg uw' meester nu, wat hoop hem is gelaten , Dat ik myn' optogt ftaak' naar 't binnenst van zyn ftaten." Dus trof Kastiljes trots weleer den Mexicaan, En dus fnuiktJYJaurits trots dien van den Kastiljaan, Door met zyne eigen hand aan 't legerhoofd te fchryven: „ Zolang ik myne vlootman deze kust deed biyven, „ Liet ik aan u de hoop,'dat: ik langs 't vlak der zee ,, U kost ontgaan: myn vloot neemt al uw hoop thans mee*.

Ik heb voor Nieupoorts wal myn heir niet neêrgeflagen, „ Dan om met Spanjes magt een oorlogskans te wagen." Die taal, 't vertrek der vloot, die ftraks aan 't oog ontging, Vergroot in 's hertogs hart en heir de fiddering. Drie fchepen zyn alleen by 't fchuimend' ftrand gebleven, Om op de zy' van 't heir des vyands vuur te geven.

Zodra de vloot het oog langs 't zeeruim was ontgaan, Rukt Maurits links af voort, en nader ftrandwaarts aan.

L 3 Zyn