is toegevoegd aan je favorieten.

De zedelijke toestand der Nederlandsche natie, op het einde der achttiende eeuw

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

94 lof en Laster der

hij verfcheiden tonnen rijk is? doch nu beginncn ze zich mede al aan hunne veêren te laten kennen. De inwooners van ons vaderland zijn in 't algemeen liefhebbend en mededeelzaam. Ons land blijft nog eene fchuilplaats voor vreemdelingen en verdrukten, die er alömme met veel minzaamheid ontvangen worden. Van groote gebreken, hoererij en dronkenfchap, heeft men hier min dan in andere landen te klaagen; fchoon 'er veelen niet dan te veel aan verflaafd zijn."

„ De vrouwen worden hier voor fchoon en welgemaakt gehouden. Men roemt haare kuischheid en naarftigheid. Overal , maar in Holland, Zeeland, en Vriesland in 't bijzonder, fteeken ze uit, in netheid van gewaad en huishoudinge , tot zoo verre, dat 'er de meeste vreemdelingen den fpot mede drijven, en haare zindelijkheid voor eene foort van Afgoderijë houden." ,

Zie daar een getuigenis, gefchreven in 1739* met eene vrij onpartijdige pen, welke lof en laster famenmengelt.

Üitbondiger was, in den lof der Nederlandfche deugden, de vaderlandlievende engelee rts, toen hij tegen de hoonende afbeelding, welke de Engelfche fchrijvers der algemeens Hiftorie van de Nederlanderen gegeven hadden, * eer der Holland/the natie met zoo net be-

fne-