is toegevoegd aan uw favorieten.

Kort begrip der algemeene geschiedenis. Voor jonge lieden.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Gefchiedenis der Zweeden. V Tijdvak. 433

tïng van wetten en overheden eindigde: en hij', een der allerdapperfte en naar waaren roem £eer begeerige mannen, had een onbetwistbaar recht, om dus te óordeelen. Daar, echter , het tweegevecht , geduurende de Pooljche veldtogten, in zijn leger fteeds toenam , bepaalde hij tegen hetzelve de doodftraf. Eenigen tijd daarna, kwamen twee zijner veldheeren in twist ; zij baden dus den koning, om dien gewapenderhand te mogen beflisfen. Gustaaf ontveinsde den toorn, dien hunne onbefchaamdheid in hem verwekte ; bewees hun wel, dat zij de waare eer niet recht kenden; doch prees hunnen moed, en betuigde, wel getuigen te willen zijn vart hunne ongemeene dapperheid. Ten bepaalden tijde liet zich de koning op de plaats van het tweegevecht vinden , vergezeld van een kleine bende foldaaten, van welke hij ëen kring rondom de ftrijders vormde. Nu beval hij deezen , zoo lang te vechten, tot dat een van beiden op de plaats zou blijven liggen. Doch tevens ontbood hij den fcherprechter, en gelastte hem: „ Zoodra een van deezen dood is, moet gij den anderen onthoofden !" De beide veldheeren , verbaasd over 's konings ftandvastigheid in het handhaaven zijner wetten, vielen, na een kort beraad , voor hem neder, en baden hem om Vergiffenis. Hij fchonk hun dezelve, en verzoende hen onderling , met dit gevolg, dat zij altijd vrienden bleeven. VII. Doch deeze vorst, die als held zoo ZiineverV. Deel. Ee groot beteringen