Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Eerste Bedrvf,

233

ZESDE TOONEEL.

Melac de vader, alleen.

Zo hy gedagt hadt dat ik hen zag, zoude hy al den aandagt , die hy voor myne zedelesfen gehad heeft, befteed hebben om zig te verontfchuldigen; nu heeft hy met zig zeiven te doen , en zo hy ongelyk heeft, zal hy deze les wel op zig weten toete. pasfen. Dit herinnert my, hoe zorgvuldig Aurelly gisteren avond het gefprek afwendde , toen ik de uithuwelyking van zyne nigt op het tapyt bragr. Zyne nigt, maar is zy dat wel?. . . Zyne verlegenheid, toen hy my van haar fprak, fcheen naby aan de verwarring te komen. ... Ik verlies my in myne vermoedens. . . . Hoe het ook zyn moge, ik wi! niet, dat myn vriend my ooit kan verwyten de oogen wegens hun gedrag gefloten te hebben.

ZEVENDE TOONEEL.

M e l a c de vader, A n d r é, in zyn kamt fooi ,mct de papillotten in'tbair, en een vederen floffer onder den arm, komt binnen , ziet aan alle kanten rond, en keert te rug.

A n d r ë.

De Heer Dabins is hier niet, zie ik.

Melac de vader.

Wat is 't?

A n d r é. O! Het is niets. Het is die dikke Heer... .

P 5 Me-

Sluiten