is toegevoegd aan uw favorieten.

Werken van het Amsteldamsch dicht- en letteröefenend genootschap

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

176 MENGELDICHTEN.

De Staatsman tragt, in duistre zaaken, Door fijn vernuft voor fcha te waaken, Ja 't fchijnt hij doet wat hij begeert

De mensch bedoelt,

En kuipt en woelt,

Maar God regeert.

En gij, Geleerde! in al de blaêren Der grijze aloudheid diep ervaren Leeft gij ook door uw eigen kragt ?

Neen! uw verftand

Is in uw hand,

Noch in uw magt.

Gij, Wijsgeer! wil me uw licht verkenen; Van waar toch komt ge en waar toch heenen Wie en waar zijt ge ? maar gij vliedt!

o Schrandre dwaas,

Gij peinst, maar laas I

Gij weet het niet!

Wel, mensch ! laat Gode uw zorg in handen; Hij hoedt uw ranke kiel voor ftranden Betrouw volkomen op zijn zorg

'T zij hier of waar

Uw heil is daar,

Dank zij uw' borg

Wel