is toegevoegd aan uw favorieten.

Zanglievende uitspanningen.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

244 ZIEVEEL en MERKHART.

Ik moet het volle geld 'er echter voor betaalen; Ja; maar men moet 'er ook een vvinterwinst uit haaien. Dus rammelt deeze knaap — zijn fchaatzenmakker eet. De Bakman flojft zich af — en veegt zijn pofFerzweet. 'k Zie de oude mannen, zelfs die flappe rimpels draagen, Ook eene wandeling naar deeze kraamen waagen. Al wat fchier beenen heeft komt overal van daan, En bied zijn dubbeltje den warmen bakker aan; De Reden fcbijnt— dat elk, hoe fel door kou gebeeten, Dus altoos zeggen kan. — „ 'k Heb Broedertjes gegeeten, C-egeeten op den rug der toegevroozen Maas!"... Wat maakt die kraamtroep hier een fchroomelijk geraas. Hoe grimmelt het van volk! van jongen, en van ouden, Van vrijër, vrijster, vrij, en dienstbaar, en getrouwden, ?t Krioelt van groot en klein, zoo wel van arm als rijk, Men holt als wild door een — en acht zich hier gelijk. De Kleinzoon geeft de hand aan zijnen Grootevader, En Neefje komt met Oom de lekkre bakplaats nader. Zij koopen Broedertjes — de Jongen fchurkt en eet. Een Huk, waar van di Neef nog lang te praaten weet. „ Eet! roept men,Jongen eet! met all' uwe ijsgezellen; Dit kunt ge uw kindren — ja kindskindren eens vertellen."

De