Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

n HET ONTDEKT BEDROG,

juffen wij naar den altaar van Hymen, bragten onze oflers, en zwoeren.

Bij Pan! gij bedriegt mT~ Of zo het waarheid ls> «erf ik op 't oogcnblik.

LAMON.

«Ü hebt deeze bloemen gezien. Maar hoor verder 'oen wij te rng keerden van den altaar van Hymen, ze-de zij: „ Het i, gedaan, ik ben de uwe, Lamon• * beminde Dafnis wel, maar de gebeden mijner

moeder k0»ds » niet wederftaan Gaan wij nog

>, eenmaal naar de plaats van het bosch, waar ik Daf ». nis te omarmen meende, en nooit zal ik 'er weder .^koomen." . , W,j gingen hcrwaard ^ ^

DAFNIS.

Hou op Wreedaart! — Elk woord vermoordt mi». " Ach! Goden ! wat zie ik ? IZijn oog valt op den uitgekrabden doorvlochten naam in den lindenjiam.] LAMON.

deDzn hilartW£rh "~ Toen wij hier kw™> ■*

' " lk kan voon™" '".et Dafnis niet leven: on» ze naamen zullen ook voortaan niet verëenigd groei» jen; en zij liep naar den boom, e„ krabde de letteren uit.

DAFNIS. o Phillis! Phillis!

LA-

Sluiten