is toegevoegd aan je favorieten.

Aanteekeningen, van J. Nomsz, op alle zyne tooneelstukken

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

! oC P) É Tt I C II T.

van zyn' meester is, bekent deze grootmoedig: ,, «/,, /('.i' Wat ik van u zie verlaagt my beneden u, en ,, verhoogt u dus boven my" , ,, held Lizus is my noodzakelyk, zo voor myne eer als voor myn belang; ,, Zyn groote ziel verdient my te regeeren." Zodanig is Lizus. Laten wy nu Lannoy bezien. Hy is eenvouwëig flot voogd; nergens is hy als een groot, een gewigtfg mm in het tooneelfluk aangeduid. Phiips fpreekt, en hy fiddert. Phiips verlaagt hem allerzigtbaarst: ,, ik iet op uw gedrag, 't word hatelyk) ,, denk, cn leer, dat ik niets van u begeer dan gehoorzaamheid*', en Lannoy vertrekt zwigtende en half ftddcrende. Zodanig is Lannoy. Eer wy verder gaan, bezien wy de'meesters, nadat wy de dienaars hei ben leeren kennen; alsdan zal de bcfluiVtrekking duidelyker zyn. De hertog van Foix is Jlaatzuchtig uit hoofde van een trots gejlel,en tevens vatbaar voor goeden raad, en dankbaar voor goede dienflen, zelfs is hy teder en edelmoedig. Phiips ■ van Rourgondiën is Jlaatzuchtig uit hebzucht, en trots uit hoofde van eene onSangcn mie groothartigheid. Zo veel men voor eene edelmoedige daad verwachten kan van Foix, zo Weinig heeft men reden dit te hopen van Phiips, wanneer hy 'er niet hy zal winnen. IVy zien dus hier een' prins Vnn wien men, na het doen van eene edelmoedige daad, al wint hy 'er niet hy, erkentenis kan verwachten , omdat hy edel is uit hoefde van bekende edele beginjels, geleid door een Jlaatsmau aan wien hy bekent