Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TOONEELSPEL. 20

ZOÉ.

Helaas!

CLARINE.

. U weder aan zynen boezem werpende, en aan uw' plicht voldoende, zal hy, getroffen door deeze onderwerping, welke hy ongetwyr'eld van u verwacht, zich laaten bevredigen en vergifletais aan u beiden fchenken.

ZOÉ.

Hy zou verhard Klyven en ik zou'tbederven... Dit zou weinig zyn; maar het graf, dat my zal ontvangen, zal zich welhaast voor myneri mm* naar openen, en hy zal 'er zich in werpen. Neen: ik zal zyn leven niet waagen ! myne anJk-n zyn te gegrond; myn vader is een onverbiddelyk mensch. Ik fterf, indien ik my weder in zyne magt begeef, en dezelfde Uag, ztg ik u, zou myn' minnaar ontzielen.

CLARINE

Waartoe deeze wanhoop? Het vaderlyke hart is altyd gereed om zich aan de ftem der natuur en van 't berouw over te geeven.

ZOÉ.

Indien ik het geloofde., . Maar neen: laat ons daaraan niet meer denken. Ik zie hem nog de hand, die deeze verfchrikkelyke overwinning behaalde, beftryden. Hy riep my luidkeels, terwyl ik vluchtte. Van toorn verbleekt, fchooten ' zyne oogen blikfemllraalen op zyne ongelukkige dochter; de verwarring en toorn van dat achtbaar gelaat... Myn llraf is nog niet ten toppunt geklommen: dit denkbeeld, 't welk zich altyd aan mynen geest vertegenwoordigt, zal myne eeuwigduurende kastyding zyn ; het zal myn droevig leven verkorten. Neen, daar is voor my geen geluk... Ik heb geen' vader meer... Ik

heb

Sluiten