Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

LXXII. Boek. HISTORIE. 511

deeze regtspleeging kwalyk , alzo dezelve ook twee van hunne bedienden in de Griffie betroffen hadt, over welken zy oordeelden, dat het Hof van Holland geen regter zyn kon. De Steden Dordrecht en Leiden hadden ook zwaarigheid gemaakt, om twee haarer ingezetenen die, voor deezen, als Lyfknegts, in den Haage , gediend , en de hand in 't ontdekken van geheimen van Staat gehad hadden, voor 't Hof te laaten te regt ftelien f». Men nam, federt, in overweeging, om een ftreng Plakaat te laaten uitgaan, tegen het verfpreiden van Staatsgeheimen. Ook werdt 'er, eerlang, een Ontwerp van zulk een Plakaat, ter Vergaderinge van Holland, ingeleverd r». Doch ik weet niet, dat het vastgefteld werdt.

De onlusten in Oostfriesland tusfchen den Vorst en de Stenden duurden nog. De Staaten hadden, gelyk wy, hiervoor (V), verhaalden, partyen, in den aanvang des jaars vermaand tot een minnelyk Verdrag, en tot onthoudinge van daadelykheden. Doch de Vorst, verftoord over't bezetten van Lier on dernam , in 't begin van Grasmaand des'iaars 1726, de Staatfche manfehap, die in Lier ee. legd was, van daar te verdry ven. Hy zondt ten dien einde, omtrent zeshonderd Ruiters en Knegten , verzeld van eenen grooten hoon boeren, van Aurik naar Lier. Men raakte handgemeen. Doch 'sVorften volk werdt, na een

vin-

tiec. 172b. W. 132S. 7 'Jan. 8, y, n, 16 23 Febr. 11 T<; lnMr, -"' *i<*prill7>?. H 7.41. 52,54,58,69, ^ ' / 3

C*0 Re(ol,HoJ]. 12^. 1729-VesS. 3' 75,3'5'

(x) Blaiz. 2K4 3

xxxir.

Vervolg ran 't Verhaal der Onlustenin Oostfriesland,

Sluiten