Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ï Samuels XXIV. vs. ï-~ i.

bmringt ; wees dan toch niet als die geen hoope hebt. God, die David op het vlakke veld ontzet, kan hem, in eene fpelonk bezet , ook daar uitkoomst geeven.

5. Wij zien hier, ten tweeden, al wederom — 't geen ik thands ook maar met èen woord herinnere — „ Dat een zondaar, „ aan zichzelven gelaaten , zijn boos opzet, „ hoe blijkbaar God hem daar in verhinderd „ heeft, ftoutlijk hervat, en fchaamteloos „ poogt doortedrijven". — Saul, hoe zichtbaar God hem verdwaast, en David uit zijne handen redt, ziet Gods hand niet , noch zijne eigen fnoodheid , maar drijft zijn onrecht , met verdubbelden ijver en magt.

De Heer, die ons kent , weet, of ook onder ons is , dien Hij door een fterkfpreekend beftuur zijner Voorzienigheid verhinderde , een boos opzet uittevoeren , maar die , in ftede van dit beftuur optemerken , en te danken, zich verpijnigt, om met beter beleid in zijne booze ontwerpen gelukkiger te flaagen. Hoe godloos ! hoe rampzalig! Zullen dan , o zondaar , de middelen , om u van uw eigen verderf terug te houden, door u misbruikt worden , om het te verhaasten en te verzwaaren ?

j. Dan wij zien hier, ten derden : ook, dat 3, God weet , door eenen faamenloop vvnGodder

„ zaar

En dat een zondaar, aan zichzclvengelaaten, zijne zonde, fchoon kenbaar verhinderd , ftout/ifk voordzet*

Sluiten