Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

28 EMMA CORBET,

fidder.... moogelyk is ook Hr.mmondj.... HelaasI zoo dan ftryden broeders tegen broeders!

raymund.

Ach! laat ons van hier gaan ; wy zyn hier niet veilig tegen den moord.

e m m a.

Neen! Neen ; ik wil hier toeven tot ik mynen broeder weder zie.... (Eenige vluchtende vrouwen, ■moeders met haare zuigelingen en afgeleefde grysaarts ylen kermende op het tooneel; Emma gaat fchielyk tot hen, en houdt ze fidderende flaande.) Arme ellendelingen! waar heenen vlucht gy? vreest niet voor my; ik ben uwe lotgenoote! — wie heeft uw dorp verwoest? waar heenen gaat gy?

een der vluchtende vrouwen.

ó Wee! Wee! de vyanden hebben ons uitgemoord! laat my.... laat my gaan. (Zy vlucht haastig weg.)

e m m a , tegen een vluchtende grysaart. Wie voert het bevel over deeze barbaaren?

een vluchtende grysaart. Myne zoopen zyn vermoord... myne dochter... myne gryze vrouw.. ó, wéé... wéé onzer! (hy ■ vlucht mede haastig weg; doch, Emma houdt hem tegen, en vraagt in verwarring^) e m m a.

Noem my, als gy hem kent, den naam de.s Engelfchen bevelhebbers; ik zoude moogelyk in flaat zyn, om de rampen van uwe dorpelingen te verligten?

de

Sluiten