is toegevoegd aan uw favorieten.

Arbeid der euangelische broederen onder de heidenen.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 90 >

eenen genaden arbeid des H. Geeftes bemerkten, dat by v. de een of ander om zyn heil bekommerd wierd, over zyne verdorvenheid en ellende klaagde, en wenschte gaarne daar van \ erlost te worden, en zoo vervolgens ; zoo moesten zy op zoodan'g een naatiwkeurig acht geeven, hem maar aanhoudend naar jefus wyzen en hem daarby ook vermaanen , dat hy toch op dat geen, dat in zyn harte omgaat, getrouw acht geeven wiide. Op zoodanige lieden hadden onze M.siionarisfen byzonder te z en, want dat waren of wierden eigfehlyk dc ge.chikte voorwerpen tot den Doop. Ook is 't waar,'dat wy onze Broederen geraaden hebben, den Doop der zoodanigen, in weiken de Heilige Geest Werkte, niet uit te ftellen, en niet te denken, datzy hen eerst zoo en zoo veel moesten laaten van buiten leeren, eer zy gedoopt konden worden, Wy hebben geloofd, Zóódariig ècn uitftel van den Doop kon fchade doen : want 't was niet goed dien tyd te laaten voorbygaan , m welken God zelve een vat in zyne hand neemt, om uit het zelve een vat der genade toe te bereiden. Het voorbeeld der Apoftelen, die met den Doop niet gewacht hebben, wanneer zy menfehen voor zich hadden, welke van harte vroegen : wat moete wy doen, op dat wy zalig Worden? ftaat niet te vergeefs in. den Bybel geboekt, zie § 16.

Maar daarentegen wierd den Mlslionarisfcn aanbevolen, met zoodanige Heidenen , welke'telleen op weeten toeleiden, zeer behoedzaam te zvn. Want wanneer 't iem ind daarop toeleide, om alleen zyn hoofd met wectenfehap te vullen; entdat hy daarby een leed:g en ongevoelig harte behielt, zoo. anig een hadden zy in dien toeftaud niet te doopen, zy moesten liever

daar