is toegevoegd aan uw favorieten.

Beknopte Latynsche spraakkunst of grammatica voor de schoolen.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Van de Tempora. 225

Cic. neque unquam literas mittam, quin adiungam eas, quas tibi reddi velim, dat ik niet ook een' Brief aan u mede influiten zoude, niet adiungerem. Dus oo': altyd agter qui in de fpreekwyzen : erunt, qui dicant zeggen zullen : reperlentur (invenientur), qui id negent.

Doch ook volgt, als het Denkbeeld zulks eischc, a) het Perfectum, B. v. fi pater cras non redlerit, timebo forfan, ne perierit : non dubitabo, quin Ciefar Pompeium vicerit: b) het Futurum, B. v. cras tibi dicam, an pater ante nundinas ventmus fit; ten zy dit voor het Praefens te houden is. c) Het ImperfeBum, B. v. dicvn tibi, quid facerem of faBurus ejfem doen zoude; d) Plusquamperf'eüum , gelyk: dicam tibi, quid feciffem gedaan had, zou gedaan hebben.

3) Het Imperfectum volgt op het Imperfectum: dit gefchied gemeenlyk, gelyk: rogabat me, ut venirem, me impediebas, quo minus fcriberem: interrogabat me, cur nollem facere': heri nefciebam, quid ageres, niet agas : Cic. literas accepi, quae me docerent, quid ageres maaktet: Hier toe behoort: non füerabam fore, ut me oblivijcereris. Want f'ore (Praej'. en Imperf.) is hier het Imperfectum.

Doch het PiusquamperfeBum volgt, als het denkbeeld dit eischt, gelyk: optabas, ut Ma res nunquam accidiffet: timebam, ne periijfes cet.

4) Het Imperfectum volgt op het PerfeBum : dit gefchied gemeenlyk, alfchoon in 't Nederduitsch dikwils hetPraejens of PerfeBum volgt, B. v.

a) Agter ut: B. v. rogavi patrem, ut librum emeret: perfuafit mihi, ut facerem gedaan hebbe: fecijli, ut mijer ejfem geweest ben : tot libros mihi mifijti, ut non omnes legere poffem, niet potucrim, doch Cicero en Nepos zetten dikwils het PerfeBum, B. v. Nep. Agefi 5. tantum, abfuit ab infolentia, ut comniferatus fit, cet.

Doch er zyn gevallen, in welke deels het PerfeBum, deels het Pra-fens, deels het Futurum ftaan moet; 1) het PerfeBum d aidelykheids halven, B. v. tii virtutem femper tantapere amafti, ut tantum fl^i'ium committere non potueris: nier kon poffes vertaald vorden, kondt, kunnen mogt: 2) meermaalen het Piaefens, wanneer de uitwerking of het gevo g alleen op dan tegenwoordigen tyd past, B. v. hic homo bona fua ita diffipavit. ut nunc pauperrimus fit (i ) : hier zou elf et beteekenen : zyn mogt : confecutus fum id , ut omnes me laudent , my thans pryze: ; n, ar Vaudarent heet: my (toenmaals) preezen. 3) H;t Futurum, B. v. perP f.dia