is toegevoegd aan uw favorieten.

De vryheid, toneelspel.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

( "7 )

Wen hij zijn heil, zijn rust, zijn trouw en pligt verzaakt, En tot zijn eigen fchaê, den Dwingland fterker maakt, En eindlijk, op 't Schavot, moet voor het flagtmes bukken, Als 't offer des gewelds zig 't leeven zien ontrukken?

Vervloekte Staatzugt! ach.' bedient ge u van 't Gemeen, Om, door zijn fchuld en bloed, den zetel op te treên? Is 't niet genoeg dat ge ons, voor boei en beul, doet vreezen,1 Moet ook onze eer bevlekt, ons hart misdaadig weezen ?

Vrijheid, tegen Wankelhart en Oproer.

Daar niets mij wederhoud, om, 't muitend Graauw ten fchrik,'

Mijn recht te ftaaven in dit vreeslijk oogenblik.'

Daar Heerschzugt, magteloos, uw doodftraf moet aanfchouwen ;

Daar u de woede van het Graauw niet kan behouên;

Maar gij op mijnen wenk, aan 't fchandlijk vloekhout,fneeft;

Is het mijne onmagt niet, die u het leeven geeft!

Zo mij het voorbeeld van de Heerschzugt kon bekooren, Zou 'k, in dit oogenblik, den eisch der wraak flegts hooren. Maar, kent de Vrijheid, niet aan zugt naar Burgerbloed, Aan Moordfchavotten, daar de blinde wraakzugt woed i Neen! kent haar aan de zugt, tot redden, tot vergeeven, Gij hebt mijn dood gezogt - en ik, ik fchenk u 'tleeven!

H 3 Wan.